Doel, het polderdorpje in België dat veranderde in een spookstad

Doel is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Beveren. Doel ligt in het uiterste noordoosten van de provincie, op de linkeroever van de Schelde, in de polders van het Waasland, vlak bij de Nederlandse grens. In de Wase dialecten noemt men het dorp “Den Doel”. Doel raakte sinds de jaren zestig bekend door uitbreidingsplannen voor de haven van Antwerpen die het dorp zouden laten verdwijnen.

Het was tot 1977 een zelfstandige gemeente met een oppervlakte van 25,61 km² en telde in 1972 ca. 1300 inwoners. Op 31 december 2007 telde Doel nog 359 inwoners, op 31 december 2010 nog slechts 188 inwoners en in 2013 nog amper 28.[1] De deelgemeente Doel omvat naast de dorpskern de gehuchten Ouden Doel, Rapenburg en Saftinge. Verder hoort ook de Prosperhaven (dit is de haven van Prosperpolder) en De Schoof nog bij Doel. Net ten noorden van het dorp staat de kerncentrale Doel, die stroom levert aan afnemers in België, Nederland en Duitsland.

Doel wordt voor het eerst vermeld in 1267 als “De Doolen”. De precieze betekenis is onduidelijk, mogelijk verwijst het naar de “dalen” in de zin van uitgegraven zandhopen. In de middeleeuwen zouden De Doolen nog eilandjes in de Schelde geweest zijn. Het gebied rond Doel was oorspronkelijk veengebied en maakte deel uit van een brede oost-west georiënteerde veenzone over heel Zeeuws-Vlaanderen en het noorden van Oost-Vlaanderen. Vooral ten noorden van Doel, in wat nu het Verdronken Land van Saeftinghe is, was de veenlaag bijzonder dik. Vanaf de 13e eeuw werd in deze veenzone intensief turf gewonnen. Doel en omliggende gebieden behoorden oorspronkelijk toe aan de heer van Beveren, die de turfwinning stimuleerde. In 1571 werd Doel samen met Kieldrecht een afzonderlijke heerlijkheid.

De turfafgraving in het veen verlaagde op veel plaatsen het bodempeil en maakte het gebied kwetsbaar voor overstromingen. Tegelijk kwam de Schelde vanaf de 12e eeuw steeds sterker onder invloed van de Noordzee. Daardoor raakten Doel en andere noordelijke delen van het Land van Beveren vanaf de 14e eeuw regelmatig volledig overstroomd en werden dijken en polders aangelegd.

Heel het middeleeuwse polder- en turfwinningstelsel in de streek ging verloren bij catastrofale overstromingen in de 16e eeuw en de onderwaterzettingen om strategische redenen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, voor het eerst bij het beleg van Antwerpen door Alexander Farnese. Doel en de Doelpolder werden vanaf 1585 bezet door de Staatse legers.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) was de hele streek een desolaat gebied waar Scheldeoverstromingen en getijden vrij spel hadden. De dijken rond de Doelpolder waren echter nog rond 1567 extra versterkt en gedeeltelijk bewaard. Doel fungeerde als steunpunt in de oorlogslinies en ter hoogte van de huidige molen bevond zich een fort met een Hollands garnizoen. In 1614 gaven de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden de toestemming om Doel te bedijken en werd begonnen met de planmatige aanleg van het dorp en de polder. Doel en de Doelpolder vormden zeer lang de facto een eiland, omgeven door de Schelde, kreken en slikken. De vandaag nog bestaande Doelse Polderdijk in het noorden vormde de grens met latere inpolderingen en laat een deel van de contouren van het eiland nog goed zien.

Doel hoorde kerkelijk bij de parochie Kieldrecht en werd pas in 1792 een zelfstandige parochie. In dat jaar werd Doel ook toegewezen aan de keizer van Oostenrijk en kwam het definitief bij de Zuidelijke Nederlanden. Pas na de Belgische onafhankelijkheid werd Doel een zelfstandige gemeente.

Wikipedia 

#Maickelfotografie